Digitalisering op de boekenbeurs

Afgelopen week vond in Frankfurt de grootste boekenbeurs ter wereld plaats. Thema dit jaar: hoe de ‘boekenwereld’ de toenemende digitalisering van de consument het beste kan omarmen. Want met de toename van het gebruik van iPads, eBooks en smartphones, moeten de fouten die de muziekindustrie maakte, worden voorkomen.

Self-publishing
De muziekindustrie is namelijk – toen het downloaden van muziek de aankoop van CD’s begon terug te dringen – te rigide gebleven. En dat heeft de boekenwereld in z’n oren geknoopt. Om geen lezers te verliezen, is het nu zaak met de consument mee te denken en te anticiperen op zijn wensen. Een van de manieren voor een interactieve relatie met lezers is self-publishing. Een leuk voorbeeld hiervan is www.mijnbestseller.nl. Het past in de trend van burgerjournalistiek, en speelt in op de droom van vele lezers om zelf een boek te publiceren.

Denken in verhalen
Maar de echte, lange termijn oplossing om lezers te verleiden is natuurlijk lastiger. Het uitgeven van een hard-copy en eBook met een bijbehorende marketingcampagne is ontoereikend. De boekenwereld kan niet anders dan afstappen van het boek als business model. Een boek is soms gewoon te langzaam. Uitgevers moeten gaan denken in verhalen, en deze als volledig geïntegreerde content bij lezers aanbieden. Beter is om een nieuw verhaal aan te bieden als totaal concept, met bijbehorende apps, website, video’s en interviews. Een andere mogelijkheid met veel potentie is het gratis aanbieden van tablets (iPad, eBooks) en de content voor een zachte prijs verstrekken.

Gamification
Het goede nieuws is dus dat het vertellen van verhalen niet dood is. In tegenstelling tot wat wel eens wordt beweerd, blijft er bij consumenten juist grote behoefte aan verbeelding, die ons meevoeren en even uit de dagelijkse sleur halen. Volgens Gabe Zichermann (gamification-goeroe) dient bij het denken in verhalen zeker rekening te worden gehouden met gamification. Door content spelenderwijs aan te bieden, kunnen mensen worden verleid om meer te lezen en het verhaal te consumeren.

Juist ook voor jongere generaties zal dit de manier worden om de wereld om zich heen te verkennen en te verbeelden. En is dat niet waar het om gaat? Dat onze gedachtewereld en onze ideeën – op papier of in de digitale ruimte – zich verder kunnen ontwikkelen?


Biodiversiteit zou een rechtse hobby moeten zijn

Dit stuk is een stelling voor debat en gepubliceerd op www.sargasso.nl.

Het is samen met oud-studiegenote Carijn Beumer geschreven. Zij is onderzoeker Duurzame Ontwikkeling bij het ICIS (Universiteit Maastricht).

Afgelopen week presenteerde het kabinet Rutte de nieuwe begroting voor 2012, met daarin zoals verwacht veel hervormingen en bijbehorende bezuinigingen om ons land koersvast door de eurocrisis te helpen. Daarbij is ook besloten te korten op thema’s zoals duurzaamheid, klimaat en het behoud van biodiversiteit. Zo wordt bijvoorbeeld de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het netwerk van Nederlandse natuurgebieden, 100.000 hectare kleiner dan gepland. Dat lijkt in deze roerige tijden, een schappelijke beslissing. Maar de inkrimping van de EHS heeft te veel lange termijngevolgen voor de Nederlandse biodiversiteit én voor de economie om deze plannen door de Tweede Kamer goed te laten keuren.

Dit kabinet schrapt namelijk de kern van het Nederlandse ruimtelijke ordeningsbeleid: het maken van robuuste verbindingen tussen natuurgebieden. Die zijn er voor bedoeld om de natuur zichzelf zo veel mogelijk te reguleren bij een veranderend klimaat. Gebeurt dat niet, dan gaat de kwaliteit en diversiteit van onze omgeving steeds meer achteruit. De volledige EHS maakt het mogelijk dat de Nederlandse flora & fauna zichzelf in stand houdt, zonder dat de overheid zich in de vingers snijdt met enorme natuurbeheerkosten. Het behoudt van de EHS van 700.000 hectare, zou dus eigenlijk een rechtse hobby moeten zijn.

Onze economie kan niet bloeien zonder een gezond ecologisch systeem. De natuur levert namelijk een substantiële bijdrage aan onze gezondheid, veiligheid en grondstoffenvoorziening. In de wetenschap is dit inmiddels een geaccepteerde stelling: onze samenleving is economisch afhankelijk van zogenaamde ‘ecosysteem diensten’.

Zo gaat het om de basis, ons eten: groente, fruit, bestuiving van gewassen. Het gaat om onze gezondheid: het is aangetoond dat zieke mensen sneller herstellen wanneer ze een groene omgeving om zich heen hebben. Ook stadsbewoners hebben veel baten bij een groene leefomgeving. Het gaat ook om onze veiligheid: bomen en planten kunnen bijvoorbeeld door hun absorptievermogen overstromingen voorkomen bij zware regenval. Een gezonde bodem kan helpen drinkwater schoon en veilig te maken, zonder dat we daar dure waterzuiveringsinstallaties voor hoeven te bouwen. Kort gezegd: een goed aan elkaar verbonden ‘groen’ levert ons diensten die als we ze zelf zouden moeten uitvoeren, enorm veel kosten met zich mee zouden brengen.

Daarnaast voorziet het Nederlandse landschap in toerisme en recreatie, waar Nederlandse inwoners en buitenlandse toeristen van kunnen profiteren. Ondernemers in deze recreatiegebieden verdienen substantieel meer dan hun collega’s in andere gebieden, en kunnen hierdoor ook een bijdrage leveren aan (alleen) de noodzakelijke beheerskosten.

Het inkrimpen van de EHS en het daarbij schrappen van de robuuste verbindingen zal averechts werken. Als we nu korten op de 100.000 hectare, dan zullen we in de nabije toekomst alleen maar meer geld kwijt zijn aan het reguleren en beschermen van onze biodiversiteit. De Tweede Kamer kan echter nog ook voor een andere koers kiezen, die zal helpen bij het bestrijden van de economische crisis: kiezen voor de rol als innovatieve inspirator voor een gezonde economie gebaseerd op een robuust, toekomstbestendig en gezond leefklimaat.


Europa en Griekenland hebben elkaar gegijzeld

Deze column is gepubliceerd op www.sargasso.nl.

Het is een feit. Ook de tweede tranche Europese noodsteun van 12 miljard aan Griekenland is in een bodemloze put beland. Zonder duidelijke overeenkomsten en nuttige investeringen, is de kans Griekenland tot een gezonde economie om te bouwen gemist. Wat nu rest is onduidelijkheid over scenario’s, chaos op de beurs en platte retoriek. Met als risico blijvende schade voor het vertrouwen in het (inter)nationaal bestuur.

Dat Griekenland Europa heeft gegijzeld, is het bekende narratief. George Papandreou en Evangelos Venizelos hebben verzuimd doeltreffende maatregelen te nemen. Hun ziens- en handelswijze bevestigt dat zij geen enkel belang hebben om Griekenland uit de crisis te helpen. Griekse burgers zijn de gedupeerden, maar niemand neemt de moeite om volmondig hun belangen te representeren. Wie is in deze tijden eigenlijk de stem van de Griekse burger?

In de houdgreep

Het maatschappelijk sentiment dat Griekenland ons Europeanen in de houdgreep heeft, wordt bijzonder weinig tegen gesproken door onze eigen politici. Het komt eigenlijk wel goed uit, dat de publieke opinie niet overeenkomt met de politieke werkelijkheid. Want is het ook niet zo dat de EU Griekenland gijzelt? Vooral Franse en Duitse pensioensfondsen, banken en zelfs de ECB hebben grote belangen om het huidige systeem in stand te houden. Als Griekenland zijn betalingsverplichtingen niet na komt, zorgt dat voor een domino-effect binnen de eurozone met als resultaat een recessie die alle EU burger zal raken.

Dat de oplossing niet voorhanden ligt is duidelijk. Maar bij het oplossen van zulke kostbare problemen, is het van belang om verder te denken dan de waan van de dag. In tegenstelling tot wat de Europese leiders momenteel bezigen, is transparantie over de gemaakte afspraken essentieel. Inzicht in de uitkomsten van officiële ontmoetingen en bilaterale afspraken tussen bijvoorbeeld ‘Merkozy’ en Papendreou, is nodig om de controleerbaarheid en legitimiteit van het bestuur te toetsen.

Democratische crisis voorkomen

Uiteraard moet deze openbaarheid gepaard gaan met eerlijke informatieverstrekking. Niet om communicatief bij het publiek te scoren, maar om te informeren over de (on)mogelijkheden, randvoorwaarden, belangen en gevolgen. Op deze manier kan er eindelijk een inhoudelijk debat ontstaan over het maken van effectief beleid. Waarschijnlijk belandt Europa dan alsnog in een recessie. Maar dan is een democratische crisis in ieder geval uitgebleven, en het Europese politieke bestel op weg om vertrouwen bij burgers te herstellen.


Wutbürger

Duitsland heeft er een nieuw woord bij: Wutbürger. Zoals wel vaker in de Duitse taal, is het een samentrekking van twee bekende woorden: woedend en burgers. Een opmerkelijke combinatie; want Duitsers staan toch bekend als beheerste, beleefde mensen die de wet naleven. Maar sinds Stuttgart 21 (S21) is dat anders. Dit grote infrastructurele project bij het treinstation van Stuttgart, trekt niet alleen de aandacht van alle media, maar wekt ook de intense woede bij de inwoners van Stuttgart. Het mega project zou moeten laten zien dat Duitsland meetelt in de prestigieuze wereld van de architectuur en innovatieve technologie, maar ontpopt zich – net als de Amsterdamse Noord-Zuidlijn – tot een veelkoppig monster.

De burgers van Stuttgart willen deze herontwikkeling  niet. Financieel vindt men het een aanfluiting: het project belooft van 4,5 Miljard naar 8,7 Miljard behoorlijk over de kop te gaan en naar verwachting is dit slechts het begin. Bovendien voeren de burgers ook culturele en ecologische argumenten aan. Stuttgart tast de spaarzame groene omgeving rondom het historisch relevante station aan. Maar men kan niet meer terug; zelfs de nieuwe president van de Grünen kan het besluitvormingsproces niet meer stoppen. En dus protesteren de inwoners van Stuttgart – met instemming van de gehele Duitse bevolking – massaal op straat.

Zijn de Duitsers er nu echt zo op tegen dat het Openbaar Vervoer wordt geoptimaliseerd, of dat Stuttgart werkt aan een mooiere publieke omgeving? Nee, er is meer aan de hand: ook in Duitsland lijkt reglementaire inspraak en representieve democratie niet meer toereikend. Het lijkt erop dat ook hier de tijd van top-down politieke besluitvorming voorbij is. De burgers protesteren, niet omdat ze opstandig zijn, maar omdat ze mee willen praten en denken. Architect zijn, van de eigen omgeving, invloed hebben op het plan, het proces en de verdere uitwerking.

Maar voor S21 is het echt te laat. De plannen zijn gesmeed. Het alternatieve burgerinitiatief K21 is mosterd na de maaltijd. Politici hebben geen idee hoe ze hier mee om moeten gaan. Maar het is duidelijk dat ook burgers in Duisland, een serieuze plek dienen te krijgen in de besluitvorming. Noem het burgerparticipatie wat mij betreft.


Deutschland braucht ein Superstylist

De Nederlandse vrouw staat niet echt bekend als stylish. Eerder zijn we pragmatisch: ook na het fietsen door de regen moet je tenslotte zo een borrel binnen kunnen stappen. Maar in vergelijking met de doorsnee Duitse vrouw zijn we echt prima donna’s. Zonder enige gêne dragen de dames hier grijze mantelpakken: grauw, rok over de knie, 2 maten te groot en met schoudervulling. Daaronder vaak een vale witte blouse waar je doorheen kunt kijken, en platte schoenen: type instappers.

Wat vertelt deze kledingstijl over het karakter van de Duitse vrouw? Ze heeft ze een zakelijke instelling, is serieus, praktisch en formeel. Ze wil niet opvallen in de menigte, en wel kunnen meten met haar mannelijke collega’s in de zakenwereld. Misschien besteedt ze haar tijd en geld (noodgedwongen) aan andere belangrijkere zaken. Het lijkt in ieder geval een geheel andere instelling dan de Nederlandse vrouw, die zich frivoler, kleurrijker, simpelweg nonchalanter kleedt en gedraagt.
Wat zegt dat over mij, dat deze kledingsstijl me direct opvalt? Ben ik dan toch meer modebewust dan ik zou toegeven? Misschien. Maar het antwoord ligt volgens mij in het feit dat Duitsers, tot mijn eigen verbazing aanzien voor een Française. Ook de Duitsers hebben een bepaald beeld van mij. Het ziet er naar uit, dat je jezelf – je voorkomen en identiteit – in een andere context, een ander land, zult moeten gaan herdefiniëren.


Straks ligt Griekenland in de derde wereld

Dit opiniestuk verscheen op 14 juli  in ‘De Volkskrant’

De Grieken zijn boos!

Al maanden lang verzamelt zich voor het Syntagmaplein een bont gezelschap van onder meer studenten, werklozen, maar ook priesters. Op straat discussiëren stakende taxichauffeurs over harde maatregelen, terwijl verderop een gezinnetje met een zakje pistachenootjes nieuwsgierig staat te kijken of er nog rellen zullen uitbreken. Hoewel het parlement de ogenschijnlijk strenge
bezuinigingsmaatregelen na druk van de EU en het IMF heeft goedgekeurd, blijft de meerderheid van de Grieken stoïcijns op dezelfde wijze doorleven.

 

Bodemloze put

En dat is geen goed teken, vooral omdat de bezuinigingen de achterliggende oorzaak van de wankelende Griekse
economie niet oplossen. Enerzijds zal op deze manier Griekenland in rap tempo verder afzakken naar de status van een transitie-economie. Met de nieuwe tranche noodsteun lijkt Europa 12 miljard euro in een bodemloze put te hebben gestopt. Anderzijds
zijn de politiek-maatschappelijke gevolgen op nationaal en Europees niveau niet te overzien; vooral nu ook andere Europese landen zoals Italië, Ierland, Spanje en Portugal vergelijkbare problemen ervaren. Het vertrouwen en de legitimiteit van het (inter)nationale bestuur is ver te zoeken.

Harde toon

De Grieken zijn het vertrouwen in de regering en de parlementaire vertegenwoordigers kwijt. Malafide handelende politici worden immers beschermd door hun immuniteit. Dezelfde politici die jarenlang een vals financieel beeld van Griekenland hebben gepresenteerd en die betrokken zijn bij verscheidene omkopingsschandalen zouden nu Griekenland door bezuinigingsmaatregelen moeten leiden. De verdwijnende politieke legitimiteit van het bestuur is vooral ook te merken aan de harde toon in de Griekse media. De doorgaans erg politiek gekleurde media spelen in deze kwestie in op het collectieve sentiment. Het is namelijk ongehoord dat Griekenland in de uitverkoop staat. Ook de uitspraak van Eurozone-voorzitter Jean-Claude Juncker werd vorige week in de media met gehoon ontvangen. Het kan toch niet zijn dat Griekenland zijn hard bevochte nationale soevereiniteit uithanden geeft aan de Europese Unie en het IMF?

Met als gevolg dat de burgers zich steeds meer gaan bewegen buiten het zicht van de overheid. En dat zal verder gaan dan de burgerlijke ongehoorzaamheid van de reeds rijke en/of corrupte Grieken die het niet voeren van een boekhouding, het niet betalen van belasting en het illegaal bouwen van woningen als normaal beschouwen. Maar nu zal ook de hardwerkende, eerlijke middenklasse die rond moeten komen met 700 euro, manieren gaan vinden om zichzelf te kunnen bedruipen: dubbele baantjes,
het ‘grijs’ bijklussen als taxichauffeur, en zoals gezien in Athene: het verkopen van Tupperware-bakjes en zelfgebreide tasjes in de McDonald’s.

Stille goedkeuring

Wanneer deze trend zich gaat doorzetten zal Griekenland zich moeten gaan meten met ontwikkelingslanden zoals
Algerije, waar de informele economie – met stille goedkeuring van de regering – meer oplevert dan de reguliere economie. Hierdoor zullen de overheidsinkomsten drastisch afnemen, waardoor minder ruimte is voor overheidsdienstverlening, bijvoorbeeld het wekelijks ophalen van afval. Op demografisch niveau zullen de verschillen tussen rijk en arm groter worden, de middenstand zal verkleinen. Ook valt te verwachten dat steeds meer Grieken, waaronder de hoogopgeleide jongeren, zullen emigreren naar andere Europese landen, waar de juiste politieke contacten in de regel een aanvulling zijn, en niet de basis voor een succesvolle carrière.

Geld over de balk

Kortom, wanneer Griekenland en binnenkort ook andere Europese landen voor de volgende tranche zal (moeten) aankloppen, is het hoog tijd dat er betere overeenkomsten worden getroffen. Die zich, naar voorbeeld van het Marshallplan, richten op nuttige investeringen in de opbouw van een gezonde economie. Tegelijk moet juist ook rekening gehouden worden met het maatschappelijke sentiment van de burgers in zowel Griekenland als de overige EU-landen. Dit vereist hardere verplichtingen en concessies: het cliëntelisme in het Griekse systeem wel aanpakken; investeringen vereisen die de concurrentiepositie van Griekenland wel verbeteren. Alleen op deze manier kan de legitimiteit in het politieke bestuur worden hersteld en hervinden de
Grieken weer vertrouwen. En krijgen wij als EU-burgers het gevoel dat ons geld niet over de balk wordt gesmeten, maar nuttig wordt besteed aan een oplossing van het structurele probleem dat Griekenland is gaan heten.



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.